Een Reislustige Fries in Parijs: De Impressionist Siebe ten Cate

Bijgewerkt op: 17 sep
Heeft u ooit van de schilder Ten Cate gehoord? Dan rijst al snel de vraag: welke Ten Cate? Begin dit jaar speelde diezelfde vraag ongetwijfeld in een klein Parijs veilinghuis, waar een schitterend schilderij, Sterrennacht aan zee, werd aangeboden. Gesigneerd met de naam 'Ten Cate', stond het vermeld als een werk van Hendrik Jan ten Cate (1867-1955). Een vergissing, zo bleek al snel.
In het gezaghebbende Scheen-lexicon worden maar liefst acht kunstenaars met deze achternaam genoemd (en ja, er zijn ook schilders met de naam Ten Kate). Namen als Anne Marie Blaupot ten Cate (1902-2002), Constantina ten Cate (1806-1876) en Hendrik Gerrit ten Cate (1803-1856) passeren de revue. Maar de meest getalenteerde, naar mijn bescheiden mening, is zonder twijfel de Nederlandse impressionist Siebe Johannes ten Cate (1858-1908). Zijn dromerige landschappen en levendige stadsgezichten, vaak uitgevoerd in pastel, hebben een onmiskenbaar signatuur. Het duurde dan ook niet lang voordat ik zijn hand herkende in Sterrennacht aan zee. Een buitenkans! Het schilderij werd voor een bescheiden bedrag afgehamerd. De trein naar Parijs was snel geboekt.

Een reislustige Fries in Europa. Wie was Siebe ten Cate?
Siebe ten Cate kende al vroeg tragiek. Beide ouders overleden toen hij nog jong was. Dankzij het familiekapitaal dat hij erfde, had hij de financiële vrijheid om zich volledig aan de kunst te wijden en een onafhankelijk, reislustig bestaan op te bouwen. Na zijn studie in Antwerpen (1877) en Brussel (1880) verbleef hij in 1881–1882 in Noorwegen en reisde hij in 1883 via Londen naar Parijs, waar hij zich datzelfde jaar definitief vestigde. Vanuit Parijs bleef hij veel reizen. Hij bezocht onder meer Algiers (1884), Spanje (1886), Hamburg (1893), België (1897) en Zwitserland (1898), waar hij Luzern, de Vierwaldstättersee en Kasteel Aarburg bezocht. Ook door Frankrijk en Nederland trok hij regelmatig. Vooral water, sneeuw en boten hadden zijn belangstelling. Wanneer een familielid of vriend hem liet weten dat het in Nederland sneeuwde, kon hij de volgende dag al de trein naar Dordrecht nemen om het landschap vast te leggen.
In 1881, op de avond dat Siebe ten Cate meerderjarig was geworden (23 jaar destijds), overkwam hem in Brussel een noodlottige gebeurtenis die zijn leven ingrijpend zou beïnvloeden. Hij werd naar een ontmoetingsplaats voor mannen buiten de stad gelokt, beroofd en vervolgens langdurig afgeperst en bedreigd. Homoseksuele contacten waren in België strafbaar en de mannen dreigden hem bij de politie aan te geven. De afpersing kostte hem uiteindelijk bijna 2.000 francs, naast onder meer zijn horloge, overjas en paraplu. Ten Cate besloot uiteindelijk zelf aangifte te doen. De mannen werden gearresteerd, maar ook tegen hem werd een aanklacht wegens onzedelijk gedrag ingediend. De zaak raakte bekend binnen zijn omgeving en stond beschreven in de kranten. Zijn kunstenaarsvrienden keerden zich van hem af. Alleen Anthon van Rappard bleef hem trouw. Ten Cate raakte diep in de problemen en kampte met suïcidale gedachten. Hij besloot Brussel te verlaten en zo ver mogelijk weg te gaan. In het najaar van 1881 vertrok hij naar Holmestrand in Noorwegen waar hij ruim een jaar door Scandinavie reisde.
Van Rappard, met wie Ten Cate tijdens zijn studieperiode in België bevriend was geraakt, had hem eerder aangemoedigd om naar Parijs te komen. Zelf had Van Rappard in het atelier van Jean-Léon Gérôme gewerkt, waar hij zich ongelukkig voelde doordat hij door zijn medeleerlingen werd gepest. Na bijna twee jaar was de storm rond de gebeurtenissen in Brussel voldoende geluwd om opnieuw te beginnen. Via Londen reisde Ten Cate naar Parijs, waar hij zich in 1883 definitief vestigde. Waarschijnlijk leerde hij via Van Rappard ook Theo en Vincent van Gogh kennen. Ten Cate kreeg samen met andere kunstenaars een atelierwoning in de Maison divisée en ateliers d’artistes aan de Avenue de Villiers. Daarmee beschikte hij niet alleen over een werkplek, maar bevond hij zich ook direct in een omgeving waar hij zijn netwerk kon opbouwen. Hij raakte er bevriend met kunstenaars als Camille Pissarro en Alfred Sisley en vond snel aansluiting bij de internationale kunstenaarswereld van Parijs.
Vanaf 1885 legde Ten Cate zich steeds meer toe op pastel. Waarom hij juist voor dit medium koos, is niet bekend. Pastel bood hem de mogelijkheid om direct en snel te werken, met intense kleuren en een grote gevoeligheid voor licht en atmosfeer. Zijn specialisatie gaf hem bovendien een onderscheidende positie op de kunstmarkt. Terwijl veel kunstenaars werkten in meer traditionele technieken, ontwikkelde Ten Cate zich tot een specialist in pastel. Het medium werd in deze periode steeds populairder, mede door het gebruik ervan door Franse impressionisten als Edgar Degas. Voor Ten Cate zou pastel uiteindelijk een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre en artistieke reputatie worden.
Parijs bleef Ten Cates vaste uitvalsbasis. Hij deelde er enige tijd een atelier met Kees van Dongen, vlak om de hoek van de Rue de la République. Vanuit Parijs reisde hij veelvuldig naar nabijgelegen steden en het platteland. Onderweg vond hij steeds nieuwe onderwerpen: stadsgezichten, havens, landschappen en kusttaferelen. Zijn werken zijn minder een exacte weergave van een plaats dan een impressie van de sfeer en het moment.
Een belangrijk moment in zijn carrière volgde rond de eeuwwisseling. Op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs ontving Ten Cate een gouden medaille voor zijn pastels. De onderscheiding betekende een belangrijke erkenning en droeg bij aan zijn doorbraak als kunstenaar. Zijn pastels, met hun losse toets en sterke gevoel voor atmosfeer, vormden een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre.
In 1908 kwam er onverwacht een einde aan zijn leven. Ten Cate werd dood op straat gevonden, berooid en zonder portefeuille of persoonlijke bezittingen. Waarschijnlijk was hij overleden aan een hersenbloeding. Pas enkele dagen later wist zijn vriend Henri Spiehlmann hem te identificeren. Ten Cates volledige nalatenschap ging naar Spiehlmann, die zich vervolgens inzette voor de herinnering aan zijn vriend. Hij organiseerde tentoonstellingen en verkopen van diens werk, waardoor Ten Cates oeuvre opnieuw onder de aandacht kwam. In deze periode werden werken van Ten Cate aangekocht door onder meer het Louvre en het Musée d’Orsay. Met het overlijden van Spiehlmann in 1916 viel echter een belangrijke drijvende kracht achter de bekendheid van Ten Cate weg. Daarna raakte zijn werk geleidelijk op de achtergrond.
Siebe's Fonkelende sterren in Sterrennacht aan zee
Het schilderij Sterrennacht aan zee dateert uit 1901. In dit werk vangt Siebe de verstilde grootsheid van een nacht aan de Franse kust. Het spel tussen licht en duisternis, waar de zee en hemel elkaar raken, vormt het hart van dit schilderij. De donkere, rotsachtige kustlijn op de voorgrond torent als een stille wachter boven het water uit. Maar het is de lucht, bezaaid met sterren die als fonkelende stippen door de schemering breken, die het tafereel werkelijk tot leven brengt.

Een originele Goudvernislaag
Dit schilderij van Siebe ten Cate heeft bovendien een uitzonderlijk en intrigerend aspect: de originele vernislaag bevat gouddeeltjes die tijdens het schoonmaken werden ontdekt. Deze subtiele toevoeging van goudpoeder geeft het werk een bijzondere, warme gloed en was door Ten Cate bedoeld als visueel effect. Het is een gedurfde en verrassende keuze voor een schilderij uit 1901. Het gebruik van goudpoeder in vernis is bijzonder zeldzaam en mogelijk zelfs uniek voor zijn oeuvre.
Siebe heeft de ‘schrale’ schilderwijze bewust toegepast in de zee en rondom de sterren. Net als Jan Mankes dunde hij de verf af met een doekje, zijn vingers of een schuursteentje, waardoor de overtollige verf werd verwijderd. Hierdoor worden de kale linnen puntjes van het doek zichtbaar in de lucht, wat de suggestie wekt dat de sterren daadwerkelijk licht stralen. Het effect creëert openheid en diepte in de voorstelling. Aan de horizon zien we een klein, rood licht. Is het een schip, of een vuurtoren? Dit rode accent trekt onvermijdelijk de aandacht, dwingt de blik van de toeschouwer naar de horizon, en geeft het werk een haast symbolistische lading.

De sterrenhemel roept associaties op met De sterrennacht van Vincent van Gogh. Dat is niet zonder betekenis: Ten Cate en Van Gogh kenden elkaar (Van Gogh noemt Siebe in zijn brieven) en bewogen zich in dezelfde artistieke kringen. Toch is Ten Cates benadering wezenlijk anders. Waar Van Gogh de nacht met expressieve penseelstreken en beweging verbeeldt, ontstaat bij Ten Cate een verstilde, meer atmosferische benadering waarin de sterren als kleine lichtpunten boven het landschap verschijnen.
Siebe’s oeuvre balanceert tussen twee werelden: de serene natuur en de bruisende drukte van de stad. De landschappen en architectuur van de plekken die hij bezocht, spelen een prominente rol in zijn werk. Hij schilderde de serene natuur van het Vierwaldstättersee in Zwitserland en de bossen rond Zwolle. Tegelijkertijd legde hij ook de levendige markten van Sevilla, het Parijse nachtleven en de bedrijvigheid op de Theems in Londen vast. Siebe vond inspiratie in zowel de natuur als het moderne drukke stadsleven. Al zijn werken worden gekenmerkt door een neveligheid, een dromerige sluier die als een herkenbaar element door zijn hele oeuvre heen zweeft. Naast schilderijen en pastels vervaardigde hij ook enkele etsen en litho’s.

Siebe' ten Cate's Oeuvrecatalogus & RKD-Studie
Hoewel Siebe ten Cate lange tijd minder bekend was bij het grote publiek, is de belangstelling voor zijn werk de afgelopen jaren sterk toegenomen. Siebe behoort tot een van de weinige vroege impressionisten die Nederland kent. Zijn schilderijen maken deel uit van collecties van musea zoals het Rijksmuseum, het Louvre en Musée Carnavalet. Sinds 2020 zet de Siebe ten Cate Stichting zich in voor de herwaardering van deze kunstenaar. Het RKD en de Siebe ten Cate Stichting publiceerden in 2025 een online oeuvrecatalogus, met essays over zijn leven, artistieke netwerk en reizen. Dankzij haar inspanningen verscheen in de zomer van 2026 bovendien het boek Siebe ten Cate. De vergeten impressionist in Parijs. Ook de komende jaren staat zijn werk opnieuw in de belangstelling. De stichting bereidt twee tentoonstellingen voor, één in Frankrijk en één in Nederland.
Bob Scholte Fine Art specialiseert zich in het oeuvre van Siebe Johannes ten Cate en biedt momenteel een selectie van zijn werken te koop aan. Deze omvat onder meer kenmerkende stadsgezichten en serene landschappen, waarin zijn bijzondere pasteltechniek en gevoel voor sfeer duidelijk naar voren komen.


